werkwoord · A1 · veelgebruikt
wonen
Wat betekent “wonen”?
Verleden tijd: woonde – woondenPerfectum: heeft gewoond
Betekenis
- Engels
- to live (reside)
Voorbeeldzinnen
- Waar woont u?Where do you live?
- Ik woon sinds 2022 in Utrecht.I have lived in Utrecht since 2022.
Uitdrukkingen
- in een flat wonento live in a flat
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 15 woorden over Wonen.