zelfstandig naamwoord · het-woord · A2
het seizoen
Wat betekent “seizoen”?
Meervoud: de seizoenenLettergrepen: sei·zoen
Betekenis
- Engels
- season
Dit woord krijgt “het”.
Voorbeeldzinnen
- De herfst is het seizoen van regen en wind.Autumn is the season of rain and wind.
Uitdrukkingen
- de vier seizoenenthe four seasons
Oefen dit woord met een game
Een korte woordquiz met de 15 woorden over Tijd en weer.